• Column

Ingewikkeld ontwikkeld

Een nadeel en een voordeel tegelijk. Ik heb al even geen column meer geschreven en dan zijn er onderwerpen genoeg om aan te snijden. In deze rare tijden heb je veel tijd om over al die onderwerpen na te denken, en tegelijkertijd toch ook weer niet. Mijn hoofd is niet vaak leeg deze weken, er heerst niet echt een gevoel van rust. Je zou zeggen dat iedereen nu heel wat tijd over heeft. Zo ga ik niet meer drie keer per week naar mijn voetbalclub, kom ik niet meer in restaurants en zie ik mijn vrienden en familie nauwelijks. Ik reis geen uur heen en uur terug naar mijn werk, hoef nooit meer te vloeken op een gemiste trein en kan eindelijk met een legitieme reden saaie verplichtingen afzeggen. Daarnaast worden teamvergaderingen effectiever en lukt het me op afstand wél altijd om elk kind stil te krijgen als ik dat wil. Die muteknop in de klas installeren wordt mijn eerste onderwijsvernieuwing.


Ik hou me met allerlei zinnige en ook zeker onzinnige dingen bezig. Aan het begin van de crisis stond ik ook op mijn balkon te klappen voor de zorg. Later kwam de discussie of we ook voor het onderwijs moesten klappen. Die waardering is natuurlijk fijn, en mijns inziens niet onterecht, maar waar houd je dan op met klappen? Ik heb ook best een applausje over voor Mark Rutte bijvoorbeeld. En voor het RIVM. En dan weer niet voor de journalisten op de persconferenties. Overigens grappig dat de meeste mensen voor wie nu de handen op elkaar gaan, niet de grootverdieners van ons land zijn. Over waardering gesproken. Dat zijn dus mijn iets onzinnigere gedachten.


Een van de meer zinnige vragen die mij bezighoudt, is wat deze periode oplevert. Mij als persoon, mij als leerkracht, ons als school, ons als samenleving. Ik denk bijvoorbeeld dat zodra het kan en mag, iedereen weer tegen elkaar aan staat op festivals, in voetbalstadions en (helaas) in de trein. Die regels zullen we snel vergeten. Ik denk dat ik daar blij mee ben. Misschien ga ik zelfs het klem zitten tussen een natte jas en een treindeur nog eens waarderen. Maar hoe gaat dat met ons onderwijs? Ik ben nu opeens nog veel bewuster bezig met welke stof mijn klas écht nodig heeft, welke kinderen het thuis nog moeilijker hebben dan ik dacht en wie thuis juist helemaal opbloeit. Allemaal dingen die ik meeneem als de kinderen weer op school komen. Ik zie collega’s die groeien in ICT-vaardigheden, die enorm klaar staan voor anderen en die zich razendsnel dingen eigen maken waarvan ze niet eens wisten dat ze bestonden. Ik zie kansen in ICT-gebruik nu de kinderen zich daar ook zo snel in ontwikkelen. En ik zie hoe erg ik de echte essentie van mijn vak mis: het directe contact met de kinderen. Even een hand op een schouder om iemand te kalmeren, een high-five als iets is gelukt of met een knipoog aangeven dat het allemaal wel goed komt. Bij het schrijven hiervan merk ik dat ik ze zelf ook mis. Misschien moet ik mezelf wat vaker kalmeren als iemand geen afstand houdt, mezelf een high-five geven als ik zie dat een kind ook via deze weg zich enorm ontwikkelt en vooral naar mezelf knipogen om me gerust te stellen dat ook deze periode maar tijdelijk is. Ik hoop dat iedereen zichzelf deze waardering gunt. Want ondanks alle kritische blikken op achterstanden, denk ik dat zowel leerkrachten als leerlingen straks ingewikkeld ontwikkeld zijn.


En dan, tijdens het schrijven van deze column, komt het nieuws dat we na de meivakantie weer naar school mogen. Een gevoel van blijdschap overheerst, ook al moeten er nog genoeg beslissingen worden genomen en voorbereidingen worden gedaan. We mogen weer! En wat het mij straks echt heeft opgeleverd? Ik voel al wat input voor een volgende column aankomen…