Identiteit

​​In het verleden had elke geloofsrichting zijn “eigen” scholen, zijn eigen onderwijszuil. Kinderen op katholieke scholen waren katholiek; de leerlingen van protestantse huize zaten op een protestants-christelijke school. En op openbare scholen zaten dan de andere kinderen.

Zo was de Rosaschool ooit een school voor alleen katholieke kinderen.
Door de ontkerkelijking en ontzuiling van onze maatschappij nam de schoolkeuze door ouders op basis van geloof een steeds minder belangrijke plaats in. 
Ouders gingen steeds meer een school kiezen voor hun kind op basis van de kwaliteit van een school en het pedagogisch klimaat (normen en waarden, omgaan met elkaar enz.).
Het team van de Rosa is zich hier ten zeerste van bewust en heeft er voor gekozen die identiteit een eigentijdse invulling te geven, die rekening houdt met de pluriforme leerlingenpopulatie. Dit alles vanuit de interreligieuze ontmoeting. Immers, onze leerlingen komen uit gezinnen, die in godsdienstig opzicht sterk van elkaar verschillen of waarin van godsdienst geen sprake is.
Binnen die discussie over identiteit willen we de levensbeschouwelijke en de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen met elkaar verbinden. Onze identiteit krijgt mede gestalte door de mentaliteit en werksfeer, door de opstelling van teamleden en bestuur. We vieren Kerstmis en Pasen op school en werken met het levensbeschouwelijke projectprogramma ‘Hemel en Aarde’, die Bijbelverhalen bevatten maar ook verhalen uit bekende kinderboeken, en uit andere geloofsbronnen.

Onze teamleden willen aan hun leerlingen laten zien, wat ze belangrijk vinden. 
Door te luisteren naar en te praten over verhalen van kinderen over alledaagse en niet alledaagse zaken zoals: vragen over dood en leven, over verdriet, ziekte, liefde en scheiden, vreugde, ruzie, geluk en vriendschap.
Door daarover met hen te praten willen wij de kinderen helpen:
  • elkaar te waarderen
  • zich te ontwikkelen
  • hun plaats te vinden in onze multiculturele samenleving
  •  hun medeverantwoordelijkheid te zien en te nemen
  • ​op een goede manier met elkaar om te gaan.

Dit alles in een rustige en ordelijke sfeer.We zijn alert op pesten en werken vooral aan het voorkomen daarvan. En als het dan toch eens een keer de kop opsteekt, grijpen we direct in. Wij verwijzen u graag naar een samenvatting van ons Pestprotocol dat we achterin onze schoolgids als bijlage hebben opgenomen.
In dat Pestprotocol kunt u lezen hoe wij omgaan met pestgedrag.

Wij vertellen de kinderen steeds weer dat er, net als in het verkeer, regels gelden op school. Orde en regelmaat zorgen ervoor, dat er ruimte en aandacht is voor elk kind. 
Omdat wij een Nederlandse school zijn met veel kinderen uit verschillende culturen,
proberen wij de kinderen respect en waardering voor elkaars cultuur bij te brengen en
ze zo voor te bereiden op hun plaats in onze multiculturele samenleving.
Hierin passen natuurlijk geen discriminerende uitspraken!
Wel vinden wij dat de kinderen op school Nederlands moeten spreken, omdat dat de
onderlinge communicatie verbetert. Wij vragen ook aan de ouders om in het schoolgebouw Nederlands te spreken. Ook wordt hiermee bijgedragen aan een betere
integratie van de verschillende culturen.
Om die reden mogen de kinderen op school geen hoofddoekjes dragen en ook geen petten.​