Onderwijs voor allen

​​Leerkrachten kijken goed naar de kinderen in hun groep, tijdens de  instructie en als de kinderen aan het werk zijn, of met elkaar spelen. Zij  stellen zich vragen als:

  • Is een kind geïnteresseerd en gemotiveerd om te leren?
  • Heeft een kind zelfvertrouwen en een positief zelfbeeld?
  • Heeft een kind een goede positie in de groep?
  • Heeft een kind een goede werkhouding?
  • Wat kunnen wij doen om te zorgen dat de ontwikkeling van een kind  optimaal verloopt?
  • Welke leerstrategie hanteert een kind?
 
Ook houden wij de leerresultaten bij door middel van methode-gebonden toetsen en door toetsen behorend bij het leerlingvolgsysteem. Methode-gebonden toetsen zijn toetsen die behoren bij de methodes die wij  gebruiken. Met deze toetsen meten wij in hoeverre de kinderen de  aangeboden leerstof hebben begrepen. Naast deze toetsen gebruiken wij toetsen die onderdeel uitmaken van het leerlingvolgsysteem van het landelijke toetsinstituut  CITO. 
 ​
Extra begeleiding
Soms is het noodzakelijk gedurende een bepaalde tijd speciale aandacht aan een kind te geven. 
Maatregelen en  activiteiten voor leerlingen met achterstand èn meerpresterende  kinderen noemen wij zorgverbreding.
 De begeleiding van deze kinderen verloopt volgens een vast traject. Groepsleerkracht en IB-er zorgen samen voor extra ondersteuning. Dat houdt onder andere in:  signaleren en diagnosticeren van problemen, contacten  met ouders,  opstellen en uitvoeren van een handelingsplan, enz. In het handelinsplan staat beschreven  hoe er gericht gewerkt wordt met een leerling .
 
Om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk kinderen - eventueel met extra zorg - in de gewone basisschool kunnen blijven, werken scholen in een samenwerkingsverband. De Regenboog werkt samen met alle reguliere basisscholen en twee scholen voor speciaal basisonderwijs in Zuidoost. Zes maal per jaar is er een zorgbreedte overleg, daarin zitten directie, IB,  maatschappelijk werk, schoolbegeleidingsdienst, de leerplichtambtenaar en de schoolarts. Voordat een kind wordt besproken in het overleg wordt er toestemming aan ouders gevraagd. Ouders worden uitgenodigd voor dit overleg.
 
Het kan ook zo zijn dat onze school voor een kind niet de beste plek is. Een kind kan zorg nodig hebben die wij hem niet kunnen bieden. In dat geval wordt samen met de ouders, de leerkracht en de intern begeleider (en eventueel externe instanties) gekeken naar de beste oplossing voor het kind.