Meervoudige intelligentie

Kieskast en Meervoudige intelligentie (M.I.)
Vanaf 2012 werken we met de kieskast in alle groepen. De taken die in de kieskast liggen zijn gebaseerd op het principe van de meervoudige intelligentie, ontwikkeld door de Amerikaanse hoogleraar Howard Gardner. Wat verstaan we daar onder?
​​​​​​
In onderwijsland zijn veel veranderingen gaande. Deze veranderingen hebben tot nu toe tot resultaat gehad, dat het kind meer centraal is komen te staan. De stijl van lesgeven van de leerkracht is echter nog steeds bepalend voor wat in de klas gebeurt.​​
​​
De manier van leren en de interesses van het kind zouden bepalend moeten zijn. Alle talenten van het kind dienen immers ontwikkeld te worden, zodat het kind zelf én de samenleving daarvan optimaal kunnen profiteren. Kortom het volledige ontwikkelingspotentieel van het kind zou benut moeten worden.
Niet alleen meetbare resultaten, zoals vorderingen met taal en rekenen, maar veel meer factoren bepalen de ontwikkelingsmogelijkheden van een kind. Nog een andere verandering zou nodig zijn. Het onderwijs is overheersend gericht op individuele prestatie van een kind, terwijl de maatschappij vraagt naar teamwerkers.
Bovendien blijkt uit onderzoek, dat mensen het beste werken als ze met anderen praten over het werk, anderen kunnen helpen en zich laten helpen; kortom samenwerken.

Dit kan door uit te gaan van de talenten, kracht en competenties van het kind. Kortom van hun sterk ontwikkelde intelligenties. Eén van de meest belovende ontwikkelingen die internationaal te bespeuren zijn in het onderwijs, is dan ook het binnen de school toepassen van de principes van het concept. Meervoudige intelligentie (MI).
Meten van intelligentie gebeurt vaak aan de hand van prestaties op het gebied van taal en rekenen. De vraag die dan gesteld wordt is:​ ​Hoe intelligent is dit kind?
Volgens Howard Gardner is dat de verkeerde vraag. Er zijn namelijk veel verschillende manieren om intelligent te zijn. De juiste vraag is volgens hem: Hoe is dit kind intelligent?
Iedere persoon ontwikkelt zich meestal in een aantal van deze intelligenties sterker dan in de andere. Leerlingen op school zijn dan ook op verschillende manieren ‘knap’. ledereen kent de leerling die niet zo taalvaardig is, maar helemaal tot leven komt als hij praktisch bezig kan met techniek. Of de leerling die niet sterk is in rekenen maar wel een uitstekende illustrator is.

Mensen kunnen dus op verschillende manieren intelligent zijn. Howard Gardner heeft in zijn onderzoeken ontdekt dat er 9 verschillende intelligenties zijn. Op school gebruiken we voor de kieskast 8 van deze intelligenties. En dat zijn de volgende; woordknap, rekenknap, beeldknap, muziekknap, beweegknap, samenknap, zelfknap en natuurknap. Daar zijn symbolen voor en die symbolen gebruiken we dan ook in de kieskasten.
De aanwezige materialen in de kieskast zijn zo gekozen dat ze een beroep doen op verschillende manieren van denken en vaardigheden van de leerlingen. De leerlingen in de groepen 3 t/m 8 mogen per week 20 minuten iets uit de kieskast doen. De leerling kan er voor kiezen om dit in een keer te doen of zijn/haar tijd te verdelen over een paar dagen of een week.

In de groepen 1 en 2 kan de kieskast aangeboden worden als taakje op de weektaak. Ook hangt de kieskast in de groepen 1 en 2 als activiteit op het kiesbord.
Als u in de klas van uw kind bent, vraagt u dan gerust eens naar de kieskast en bekijk dan ook even op uw gemak de materialen die erin zitten.​