Opleiden in de School

De Archipel: Academische OGO Opleidingsschool
Op elke basisschool komt u ze tegen: Pabo-studenten die stage lopen. Het zijn studenten die meestal één dag per week meedraaien in de klas om het vak van leraar in de vingers te krijgen.
De Archipel zet uiteraard ook de deuren open om toekomstige leerkrachten de mogelijkheid te geven het vak te leren. Sinds augustus 2009 doen wij mee met een speciaal project, nl. Opleiden in de School.

Wat is Opleiden in de School?
Opleiden in de School (OPLIS) is erop gericht dat de samenwerking tussen basisscholen en lerarenopleidingen intensiever en beter verloopt. Hierdoor kunnen de vaardigheden van startende leraren nog beter op de praktijk aansluiten.
Een belangrijk doel van OPLIS is om extra leraren op de arbeidsmarkt te brengen met voldoende kennis over het onderwijsconcept als OntwikkelingsGericht Onderwijs (OGO). De ASKO, een scholenkoepel van ruim dertig basisscholen uit Amsterdam en omgeving, en de Hogeschool van Amsterdam (PABO HvA) werken binnen OPLIS samen aan het realiseren van bovenstaande doelen.

Geen ‘gewone’ stages
Er zijn een paar duidelijke verschillen tussen basisscholen die ‘gewone’ stageplekken aanbieden en basisscholen (opleidingsscholen) die meedoen aan Opleiden in de School. OPLIS gaat een stapje verder dan alleen de mogelijkheid tot het opdoen van praktijkervaring.
OPLIS-studenten besteden in hun stages extra tijd aan praktijkonderzoek naar verbeteringen en vernieuwingen die voor hun opleidingsschool van belang zijn. Studenten worden zich door intensievere begeleiding bewuster van het belang van een visie op goed onderwijs.
De intensieve begeleiding vindt in eerst instantie plaats door de mentor. Dit is de leerkracht van de groep van de student. Daarnaast begeleidt ook de Opleider in de School de student. Op De Archipel is dit Melanie Geensen, die ook Opleider is op de Willibrord. Melanie begeleidt als Opleider in de School de mentoren in de begeleiding van studenten en speelt een rol in de begeleiding van de studenten en beoordeelt de ontwikkeling van de studenten.
OPLIS-opleidingsscholen nemen een deel van de taken van de lerarenopleiding over en dragen medeverantwoordelijkheid voor de beoordeling van studenten.

Een leraar is nooit uitgeleerd
Onderdeel van OPLIS is de Academische Dieptepilot. Daarin onderzoeken zowel studenten als leraren in groepen hoe zij de kwaliteit van het onderwijs op school verder kunnen ontwikkelen.
De Archipel participeert met ASKO-scholen de Achthoek, de Mijlpaal, de Willibrord, St. Lidwina en de Avonturijn en de HvA PABO in de Academische OPLIS-pilot. Er wordt ook samengewerkt met andere partners zoals de OGO-academie en hoogleraar Bert van Oers (VU, afdeling Onderwijspedagogiek & Opvoedingsfilosofie).
Onderzoek is een belangrijke activiteit als het gaat om onderwijs aan kinderen in de bovenbouw van OGO-scholen. Men gaat er daarom van uit dat scholen met een OGO-visie en leerkrachten die ontwikkelingsgericht werken een onderzoekende houding hebben als het gaat om het verder ontwikkelen van hun onderwijs. Een leraar op een OPLIS-school is daarom altijd heel bewust bezig met onderwijs.

Feiten en cijfers
OPLIS is een landelijk project. ‘In de periode 2005-2008 zijn in circa twintig dieptepilots Academische Opleidingsscholen ontwikkeld. Er zijn forse stappen in de ontwikkeling van leraren en scholen gezet. “Maar, er is een verdiepingsslag nodig om inzicht te krijgen in aanvullende kwaliteitscriteria en randvoorwaarden en in de extra kosten voor de academische opleidingsschool”, aldus de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
De zes ASKO-scholen samen met de Hogeschool van Amsterdam (PABO HvA) hebben in juni 2009 voor de komende zes jaar met positief commentaar het keurmerk behaalt als Opleidingsschool. Daarnaast krijgen de scholen de komende twee jaar subsidie vanuit het ministerie OCW voor de verdiepingsslag van de Academische Opleidingsschool om het onderzoeksmatig werken met leraren en studenten verder te ontwikkelen.

Interview met de directeur over OPLIS in de praktijk
‘Voordat ik directeur van De Archipel was, werkte ik als adjunct-directeur op De Mijlpaal. Deze school deed vanaf de start mee met Opleiden in de school. De meerwaarde van dit project is om een deel van het curriculum van de PABO over te nemen, dit sprak ons erg aan. Het leek ons een grote kans om studenten veel meer te laten zien en te laten leren over het Ontwikkelingsgericht Onderwijs. Op De Mijlpaal heeft Opleiden in de School veel moois gebracht: leerkrachten hebben zich persoonlijk verder kunnen ontwikkelen tot mentor; anderen hebben een nieuwe taak in de school gekregen als Opleider in de School; het onderwijsaanbod is rijker geworden door de onderwijsinhoudelijke werkgroepen; een aantal studenten zijn als vanzelf doorgestroomd naar een reguliere plek als OGO-leerkracht.
Toen ik aangesteld werd als directeur op De Archipel, was het mijn wens om ook te participeren in het project Opleiden in de school. Het is goed om de mooie ervaringen van een vorige school mee te nemen bij het opbouwen van een nieuwe school. Zoals ik hier boven heb aangegeven, was dit er dus één.

Ik vond het te vroeg om het eerste jaar al te starten als OGO-opleidingsschool. Ik had eerst een andere klus te klaren: met dit nieuwe, kleine team ons OGO-onderwijs, onze zorgstructuur en onze schoolorganisatie neerzetten. En daarnaast, heel belangrijk, elkaar leren kennen en een prettige werksfeer creëren. Dit alles is het eerste jaar goed gelukt. Het leerlingaantal groeide en daarbij ook de grootte van het team. Ondanks dat we pas een jaar aan het werk waren, vond ik dat de school klaar was om Academische Opleidingsschool te worden. Een grote rol bij de aanloop naar deze beslissing heeft mijn IB-er, Sanne van de Linden gespeeld. Zij heeft naast IB-werkzaamheden op de Archipel, een bovenschoolse taak als coördinator van Opleiden in de School bij de ASKO. Haar manier van begeleiden en coachen van de leerkrachten bij mij op school, sluit bijzonder goed aan bij wat er ook op een Academische Opleidingsschool gebeurt. Het team werd als het ware al meegenomen in het gedachtegoed van de Academische Opleidingsschool. De werkgroepen werden al opgezet op een onderzoeksmatige manier. Kortom, er zaten twee mensen in het management van De Archipel, die beiden overtuigd waren van de winst die een Academische Opleidingsschool met zich meebrengt. Het team ging daar als vanzelfsprekend in mee.

Een aantal leerkrachten gaf aan mentor te willen worden. Wij hebben goed gekeken bij welke mensen dit inderdaad de volgende stap in hun ontwikkeling zou kunnen zijn. Deze vier leerkrachten volgen nu de basiscursus om mentor te worden en zijn daar erg enthousiast over.
Omdat de school nog klein is, delen wij de Opleider in de school met De Willibrord, de andere OGO-ASKO- school op IJburg. Zij is één keer per week op onze school en de mentoren weten haar te vinden.

Ik zou willen dat op den duur alle leerkrachten mentor zouden zijn. Ik vind het een grote stap in hun ontwikkeling: de training levert veel inzichten en vaardigheden op die je in kan zetten bij het begeleiden van studenten, maar ook in de interactie met leerlingen en ouders. Het leerkrachthandelen wordt hierdoor steeds professioneler.
Verder gaan wij in januari aan de slag met een nieuwe onderzoeksgroep. Het gaat om woordenschat. Hoe pas je woordenschatontwikkeling in binnen je thema-aanbod? Welke themawoorden bied je aan? Hoeveel? Hoe vaak herhaal je die? Hoe weet je of die woorden ook beklijven? We betrekken hierbij de studenten en Stichting Taalvorming’.

Anneke Smedema, directeur De Archipel

Meer lezen over de Academische Opleidingsschool?
Opleiden in de School