IB

​​​Onder het 'continuüm van zorg' verstaan we het realiseren van passende zorgmaatregelen door de leerkracht in de groep en door de school als geheel. Het ene kind heeft meer zorg nodig dan het andere. De verschillen in onderwijsbehoeften van de kinderen hangen samen met de verschillen in capaciteiten, sociaal-emotionele ontwikkeling, lichamelijke mogelijkheden en sociaal-culturele achtergrond. Iedere leerling krijgt binnen het continuüm van zorg de zorg die hij/zij behoeft. Onze school streeft er op deze manier naar dat alle kinderen een zo optimaal mogelijk ontwikkelingsproces kunnen doorlopen. Met enige trots kunnen we dit aan de resultaten zichtbaar maken.


Individuele begeleiding leerkracht aan leerling
 
Het continuüm van zorg is het hart van het zorgsysteem, het is de concretisering van de integrale leerlingenzorg in de school. Het wordt door middel van het dagelijks handelen van de leerkracht en de school gerealiseerd op de volgende zes inhoudelijke gebieden: het jonge kind, de sociaal-emotionele ontwikkeling, technisch lezen, begrijpend lezen, spelling en rekenen/wiskunde. Het schoolbeleid richt zich op het preventief en curatief werken in directe samenhang met deze inhoudelijke gebieden.
 
Het leerlingvolgsysteem (LVS) vormt de tweede component van het zorgsysteem. Om zorg op maat te kunnen realiseren is het nodig om over een leerlingvolgsysteem te beschikken met instrumenten voor de ontwikkeling van het jonge kind, gedrag/sociaal-emotionele ontwikkeling en voor de basisvaardigheden technisch lezen, begrijpend lezen, spellen en rekenen/ wiskunde. Het betreft dan observaties, evenals methodegebonden als niet-methodegebonden toetsinstrumenten.
 
Het LVS is een hulpmiddel om op een systematische manier de vorderingen van alle leerlingen over langere periodes in kaart te brengen. Het LVS stelt de leerkrachten in staat vast te stellen of de ontwikkeling van de leerlingen naar wens verloopt. Tevens worden voor zorgleerlingen de gegevens over de speciale hulp in dit leerlingvolgsysteem vastgelegd. Dit gebeurt op een systematische en voor anderen overzichtelijke manier, zodanig dat de goede beslissingen genomen kunnen worden. Voor de sociaal-emotionele ontwikkeling hanteren we observatielijsten. Voor taal, rekenen en spelling gebruiken we methodegebonden toetsen. Daarnaast nemen we halfjaarlijks een aantal landelijk genormeerde toetsen af. De interne begeleider coördineert de zorg.

Ondersteuningsstructuur 
 
Sinds de jaren ’90 hebben scholen te maken met het Weer Samen Naar School–beleid (WSNS). Vanaf 1 augustus 2014 is er een nieuwe onderwijswet van kracht: de Wet Passend Onderwijs. De essentie van Passend Onderwijs is dat alle leerlingen zich optimaal kunnen ontwikkelen op school: de reguliere kinderen, maar ook de leerlingen die behoefte hebben aan extra ondersteuning. Ieder kind heeft recht op onderwijs, dat in dit kader betekent dat kwalitatief goed onderwijs aansluit bij talenten en mogelijkheden van alle kinderen. Een van de uitgangspunten van Passend Onderwijs is het aangaan van educatief partnerschap met ouders. De school bepaalt welke vorm van onderwijs het beste past bij de onderwijsbehoefte van het kind, in overleg met ouders. Ouders zijn ervaringsdeskundige wat betreft hun kind.
 
De Wet Passend Onderwijs geldt niet alleen voor scholen; ook schoolbesturen krijgen een zorgplicht. Zij moeten leerlingen een passend onderwijsaanbod bieden, al dan niet via de eigen school. Hiermee krijgt ieder kind een plaatsgarantie. Het wettelijk onderscheid tussen regulier en speciaal (basis-) onderwijs verdwijnt. Passend Onderwijs betekent niet dat alle leerlingen in een reguliere basisschool moeten worden opgevangen. Een regionaal netwerk van scholen biedt een dekkend onderwijsaanbod, bestaande uit reguliere scholen, flexibele tussenvormen en speciaal onderwijs.
 
Per leerling zal gekeken worden waar het passende onderwijsaanbod het beste gerealiseerd kan worden. De behoefte van ieder kind dient te allen tijden het uitgangspunt te zijn, waarbij de leerkracht een essentiële rol inneemt.

Klik hier voor informatie over de Wet Passend Onderwijs
 
Basisschool St. Augustinus werkt samen met het Samenwerkingsverband Waterland. Het samenwerkingsverband (SWV) zal per 1 augustus 2014 een andere werkwijze hebben door de invoering van de nieuwe wet. De zogenaamde ‘slagboomdiagnostiek’ maakt plaats voor handelingsgerichte diagnostiek. Het SWV wil niet meer indiceren, maar arrangeren: wat heeft dit kind, in deze klas, bij deze leerkracht, op deze school, met deze ouders nodig? Hoe gaan we dat arrangeren en wat zijn de kosten hiervan? Het SWV ziet de ondersteuning van een basisschool in vier niveaus:
 
Niveau 4
Expertisecentra: SO-SBO
Niveau 3
Extra externe ondersteuning
Niveau 2
Extra interne ondersteuning
Niveau 1
Basisniveau
 
Het eerste niveau staat voor de basis; elke basisschool heeft deze basis verwoordt in het schoolondersteuningsprofiel. Het tweede niveau komt boven op de basis en staat voor de extra interne ondersteuning die een leerling nodig heeft. Deze ondersteuning wordt door de school zelf gegeven met hulp en begeleiding  van interne expertise. In deze fase kan de school besluiten of enkelvoudig (psychologisch) onderzoek of observatie gewenst is. Een verandering is dat de school dit besluit zelf neemt in samenwerking met het ondersteuningsteam van de school. Op het derde ondersteuningsniveau roept de school extra ondersteuning en expertise in van buitenaf. Voor de kinderen die ondersteuning op dit niveau nodig hebben, wordt een ontwikkelperspectief geschreven.  In dit kindspecifieke plan wordt een passend aanbod beschreven op de schoolvakken waarvoor het kind extra ondersteuning nodig heeft. In dit perspectief worden ook de gegevens vanuit intern en extern onderzoek meegenomen. Kinderen die op dit niveau ondersteuning nodig hebben, zullen hoogstwaarschijnlijk leerlingen zijn die voorheen in aanmerking kwamen voor een leerlinggebonden financiering, het ‘rugzakje’. Ook de ondersteuning vanuit jeugdhulpverlening zal op dit niveau worden besproken en aangeboden. Hiervoor richt de school zich tot het Centrum voor Jeugd en Gezin in Landsmeer, het CJG. Als een leerling ondersteuning nodig heeft vanuit het vierde niveau, dan heeft de school geen goed antwoord meer op de ondersteuningsbehoefte van het kind. Door een speciaal samengestelde commissie van het SWV, de TLV, wordt dan een toelaatbaarheidsverklaring afgegeven en komen de SBO en SO scholen als expertisecentra in zicht. Als een verwijzing naar een dergelijke plek niet hoeft plaatst te vinden, kunnen de SBO en SO scholen ingezet worden als expertisepartner voor de basisschool. Het SWV heeft gekozen voor een handelingsgericht aanpak. Deze aanpak heeft ook zijn weg gevonden naar de basisschool en wordt op basisschool St. Augustinus als volgt vorm gegeven.
 
Handelingsgericht werken (HGPD) is een concrete uiting van de Wet Passend Onderwijs. Deze werkwijze heeft tot doel de kwaliteit van het onderwijs en de begeleiding van alle leerlingen te verbeteren. Het maakt adaptief onderwijs en adequate leerlingbegeleiding tastbaar, zodat een schoolteam effectief kan omgaan met verschillen tussen kinderen. Centrale vraag binnen het handelingsgericht werken is “wat heeft dit kind nodig?”, in plaats van “wat heeft dit kind?”
 
Handelingsgericht werken gaat over aansluiten bij de mogelijkheden van het kind. En niet uitgaan van problemen of zaken die het kind niet kan. Handelingsgericht werken betekent het waarderen van verschillen tussen kinderen: wat heeft dit kind, van deze ouders, in deze groep, bij deze leerkracht, op deze school de komende periode nodig?
 
HGPD is een planmatige manier van werken die bouwt op zeven uitgangspunten:
  1. De onderwijsbehoeften van leerlingen staan centraal;
  2. Het gaat om afstemming en wisselwerking;
  3. De leerkracht doet ertoe;
  4. Positieve aspecten zijn van groot belang;
  5. We werken constructief samen;
  6. Ons handelen is doelgericht;
  7. De werkwijze is systematisch, in stappen en transparant.
De onderwijsbehoeften van leerlingen staan centraal
Wat heeft een leerling nodig om een bepaald doel te halen? Wanneer een leerling over gaat naar een volgende groep, bespreken de leerkrachten wat het kind nodig heeft. De huidige leerkracht deelt met de nieuwe leerkracht. De onderwijsbehoeften van het kind staan in een overdrachtsdocument. Ook staan de kwaliteiten van het kind genoemd. Op basisschool St. Augustinus gaan we uit van de eigen krachten van het kind. Ook gaan we met de kinderen zelf in gesprek, in plaats van over de hoofden van kinderen heen te praten. Onze leerlingen weten vaak heel goed hoe ze iets willen, wat dat precies is en hoe zoiets aangepakt moet worden. Deze zogenoemde kindgesprekken monden vaak uit in een kindplan, waarin alle betrokken vastleggen hoe het plan wordt uitgevoerd en wat de doelen van het plan zijn.
 
Het gaat om afstemming en wisselwerking
Leerlingen verschillen, maar groepen, leerkrachten, scholen en ouders verschillen ook.
Het kind ontwikkelt zich in wisselwerking met de omgeving: ouders, leerkrachten, school, klas. Wat gaat goed en wat belemmert het kind in de ontwikkeling? Als leerkracht sta je niet alleen; samen met het team, de ouders en andere betrokkenen werk je samen aan de best mogelijke situatie voor een leerling. Op basisschool St. Augustinus is er een team van externen die de teamleden kan adviseren en steunen in hun aanpak. Dit ondersteuningsteam (OT) komt zes keer per jaar bijeen. Ook de ouders worden van de kinderen die ter sprake komen, zijn hierbij uitgenodigd. Samen bouw je zo aan een afgestemde begeleiding voor een kind. Omdat de samenwerking met het OT en de ouders tot een constructieve werkwijze heeft geleid, heeft basisschool St. Augustinus in schooljaar 2013-2014 besloten om naast een Groot OT met externen, ook een Klein OT in het leven te roepen. In het Klein OT hebben de ouders, leerkrachten, intern begeleider en de directeur zitting. In de praktijk blijken deze twee vormen van ondersteuning prettig, goed, maar vooral doelgericht en effectief te werken.
 
De leerkracht doet ertoe
Een sterke leerkracht is effectief voor alle leerlingen. Op basisschool St. Augustinus is de leerkracht binnen de school de belangrijkste factor die invloed heeft op de leerling. De leerkracht is de spil in het (passend) onderwijs. Om zo’n sterke leerkracht te worden, te blijven en te zijn kan een leerkracht ondersteuning nodig hebben. Vanuit het team en andere professionals, vanuit de ouders, maar ook vanuit het kind zelf. Een leerkracht vraagt zich vaak af wat hij of zij nodig heeft om dit kind en deze groep te kunnen bieden wat zij nodig hebben.
 
Positieve aspecten zijn van groot belang
Aandacht voor positieve aspecten beschermt ons tegen een te negatief beeld van een kind, groep, ouders of van onszelf als leerkracht of team. We denken in wat mogelijk is en wat een kind of wijzelf nodig hebben om het maximale uit jezelf of het kind te halen. Op basisschool St. Augustinus wordt gedacht in oplossingen, kansen en mogelijkheden. Het werken vanuit het gedachtegoed van de Vreedzame School ondersteunt de leerkracht in deze positieve attitude.
 
We werken constructief samen
Eén van de bepalende kenmerken van effectieve ouderbetrokkenheid  blijkt een goede communicatie te zijn. Constructieve communicatie tussen alle betrokkenen op school is effectief als alle partijen nauw samenwerken. Op basisschool St. Augustinus (h)erkennen we de waarde van andere deskundigen. Ouders zijn ook deskundig wat betreft hun eigen kind en weten als geen ander wat wel en niet kan werken. Door elkaars deskundigheid in te zetten, kom je tot een optimale begeleiding voor het kind. Ook de leerling zelf weet vaak heel goed wat wel en wat niet werkt. Door het kind actief te betrekken bij zijn eigen ontwikkeling, wordt het kind eigenaar van het eigen leerproces.
 
Ons handelen is doelgericht
Zonder doelen geen richting, geen effectieve feedback en geen mogelijkheid om je werk te evalueren. Handelingsgericht werken op basisschool St. Augustinus is een cyclisch proces. Eerst wordt er geanalyseerd wat er aan de hand is, waarbij zowel protectieve als belemmerende factoren worden meegenomen. Als de situatie op deze manier in kaart is gebracht, kijken we naar wat we willen bereiken. Dit doel wordt in haalbare stappen gedeeld en concreet omschreven. Een kind kan bijvoorbeeld tot doel stellen om één AVI niveau hoger te gaan lezen, terwijl een einddoel kan zijn dat het kind AVI-uit (alle niveaus zijn dan doorlopen) wil zijn. Om een doel te behalen wordt een bepaalde tijd afgesproken en na het verstrijken van die periode wordt er gecontroleerd of het doel bereikt is: de evaluatie.
 
De werkwijze is systematisch, in stappen en transparant
Op basisschool St. Augustinus zeggen we wat we doen en doen we wat we zeggen. Onze werkwijze is systematisch en loopt in stappen. We werken allemaal volgens een groepsplan, waarbij we zoveel mogelijk aansluiten bij de instructiebehoefte van de groep en het individu. Deze werkwijze verloopt volgens een vaste structuur en geldt voor alle leerlingen op school. Op vaste momenten in het schooljaar worden de plannen geëvalueerd en herzien. Hetzelfde geldt voor leerlingen die behoefte hebben aan meer ondersteuning of begeleiding vanuit externen die bij de school betrokken zijn. Er zijn verschillende, vastgelegde overlegmomenten binnen het schooljaar.
 
Meer lezen over HGW​?
 
Naast het vorm geven aan de verschillende onderwijsbehoeften van de leerlingen, is het van belang om de leerresultaten goed te volgen. Een manier die daarbij helpt is het Opbrengstgericht Werken (OGW). OGW is een onderdeel van het handelingsgericht werken en sluit aan op de doelgerichte, systematische en transparante werkwijze die eerder beschreven zijn. Er wordt gewerkt volgens een planmatige cyclus, waarin de opbrengsten in kaart worden gebracht, er doelen worden gesteld op leerniveau en er in de klas gewerkt wordt met verschillende instructiegroepen. Deze werkwijze wordt vastgelegd in een groepsplan waar alle kinderen van een klas in opgenomen zijn. Na een bepaalde periode wordt het plan geëvalueerd en eventueel bijgesteld. Deze cyclus draait het hele schooljaar. Op basisschool St. Augustinus werkt het team hard om het onderwijs op een handelingsgerichte en opbrengstgerichte wijze vorm te geven. Ook stellen we hoge eisen aan de opbrengsten en willen we deze op een hoog niveau houden. Om dit te realiseren krijgen we scholing en werken we op studiedagen aan het verbeteren van onze vaardigheden.
 
De OGW-cyclus is opgenomen in de jaarkalender. Er is tijd vrijgemaakt voor zogenaamde werkvergaderingen waarin het team de tijd heeft om samen de opbrengsten te analyseren, plannen te evalueren en aan te passen. De groepsplannen zijn terug te vinden in het digitale leerlingvolgsysteem ParnasSys.​

De OGW-cyclus is opgenomen in de jaarkalender. Er is tijd vrijgemaakt voor zogenaamde werkvergaderingen waarin het team de tijd heeft om samen de opbrengsten te analyseren, plannen te evalueren en aan te passen. De groepsplannen zijn terug te vinden in het digitale leerlingvolgsysteem ParnasSys.