Gedeeld verdriet

  • Gemaakt op: 2-9-2014 09:00
  • |
  • Gewijzigd op:  
  • |
  • Geplaatst door: Alex Kossenberg
  • |
  • Auteur: Melissa Bakker
  • |
  • Fotograaf: Arkade

In groep acht bespreekt de leerkracht gezond gedrag. Ook slaapgedrag komt aan bod. ‘Wie wil eens vertellen hoe laat iedereen thuis naar bed gaat?’ vraagt hij. ‘Gaan je vader en moeder later naar bed dan jij? En je jongere broers of zusjes?’ Stijn, die vooraan in de klas zit, begint te huilen. Op dat moment realiseert de leerkracht zich dat de ouders van Stijn nog niet zolang uit elkaar zijn en dat zijn vader onlangs verhuisd is.

Op school en in de les, komen vaak thema’s aan bod waarbij van leerlingen gevraagd wordt om een relatie te leggen met de thuissituatie. Dat kan in feite bij elk vak gebeuren. De leerkracht houdt echter niet altijd rekening met het feit dat veel kinderen opgroeien in een situatie waarbij hun vader en moeder niet (meer) bij elkaar zijn. Het kan zijn dat één van de twee ouders overleden is, dat vader nooit in beeld is, of dat kinderen opgroeien bij twee vaders of twee moeders. Maar ook dat één van de ouders opgenomen is in een psychiatrische instelling of in de gevangenis zit. De meest voorkomende situatie is dat ouders gescheiden kunnen zijn[1].
Deze situaties, net zoals in het geval van ziekte en/of overlijden van ouders, zijn voor alle kinderen moeilijk. Het is prettig als de leerkracht oog heeft voor de signalen van leerlingen. Vaak blijkt dat als kinderen voorbereid zijn op het thema en er even aandacht voor is geweest, ze weer goed mee kunnen doen met de les. Maar dit is niet altijd makkelijk; niet elke leerling heeft dezelfde behoefte en de leerkracht heeft niet altijd de tijd om hier uitgebreid bij stil te staan. Een uitzondering is natuurlijk als er iets actueels aan de hand is, zoals bij de aanslag op vlucht MH17. Dan komt het via de vakantieverhalen van de kinderen en SchoolTV de klas in. Kinderen de ruimte geven om vragen te stellen is een goede manier om er aandacht aan te besteden.

Extra ondersteuning
Soms is het ook niet genoeg om alleen oog te hebben voor signalen. Veel kinderen hebben last van emotionele problemen, zoals angstgevoelens, agressief gedrag, boosheid, verdriet en een negatief zelfbeeld. Dit is niet alleen schadelijk voor het kind, maar soms ook voor zijn of haar schoolomgeving.
In het voorjaar van 2014 heeft Melissa Bakker, identiteitsbegeleider van Arkade op onze ASKO-scholen, een training gevolgd van Riet Fiddelaers, ‘Gedeeld Verdriet’. Hierin is zij getraind om kinderen individueel of in kleine groepjes in een dergelijke verlieservaring te ondersteunen. Om ze een luisterend oor en (h)erkenning te bieden en ze op weg te helpen in hun verwerking, door middel van oefeningen. In overleg met de leerkracht, een intern begeleider en een directeur, kan zij – en later in het jaar ook de andere onderwijsbegeleiders identiteit en levensbeschouwing - deze ondersteuning op de school komen bieden.

Ondersteuning waarin?
Problemen die kinderen ervaren in verliessituaties uiten zich vaak in gedrag, dat anders wordt dan normaal: ze worden stil, of juist uitbundig, boos, verdrietig of agressief. Ze proberen om het verdriet en vele andere gevoelens te verwerken en het leven opnieuw op te pakken. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. In een groep met lotgenoten, of in één op één begeleiding kunnen ze belangrijke stappen maken op deze weg.
In de begeleiding besteden wordt aandacht besteed aan vier rouwtaken. Deze ‘taken’ zijn eigenlijk verwerkingsfases die iedereen in een verliessituatie doorloopt. Hoewel je ze niet één voor één doorloopt (de fases lopen door elkaar heen), moet je ze wel allemaal volledig ‘beleven’. Het doen van oefeningen hierbij, helpt kinderen om zo’n fase te doorlopen en de taak die erbij hoort te aanvaarden. Hieronder worden kort deze taken omschreven.

Vooraf - taak 0
Vanaf het eerste moment in het leven hebben kinderen te maken met verdriet en teleurstelling. Moeders laten hun baby alleen achter in bed om te slapen, een knuffel valt uit de box van een peuter of een konijn gaat dood. Allemaal momenten waarop kinderen de pijnlijke kanten van het leven ontmoeten. Hoe hebben hun ouders laten zien hoe ze hiermee om kunnen gaan?

Taak 1: erkennen van de realiteit. Het is zo en zal zo blijven.
De eerste taak is het onder ogen zien, het erkennen van de realiteit. Om echt te beseffen dat papa of mama dood is of dat het niet meer goed komt tussen papa en mama, kost tijd. Kinderen hebben herhaling nodig om de boodschap te horen, om te zien wat er verandert en dingen te onderzoeken.  

Taak 2 Omgaan met een warboel aan gevoelens
Kinderen herkennen verlies aan de pijn die ze voelen. Ze houden niet van pijn en proberen deze te ontlopen. Gevoelens van kinderen kunnen sterk wisselend zijn en gemengd zijn: bang, schuldig, jaloers, boos, opgelucht. Ze zijn bang omdat ze niet weten hoe de nieuwe situatie zal zijn.

“Jesse kijkt naar de grond. ‘Papa gaat weg, ‘zegt hij. ‘Ik vind het stom.’ Juf gaat bij hem zitten, op de stoel van Daan. ‘Dat is erg,’ zegt ze. ‘Misschien gaat mama ook wel een keer weg,’ zegt Jesse. ‘Daar geloof ik niks van,’ zegt de juf. ‘Vraag het haar maar'.

Taak 3 Leren leven met de veranderingen én met je herinneringen
De derde taak is dat je je aan moet aanpassen aan veranderingen en dat je deze veranderde omgeving gaat verkennen. De omgeving moet weer veilig en vertrouwd worden. Binnen deze taak zijn herinneringen belangrijk. Voor kinderen is het belangrijk dat ze goede herinneringen kunnen vasthouden.

Taak 4 Je heb je eigen plek weer gevonden
Soms verandert de totale omgeving na een verlies. Als een ouder overlijdt, kan het bijvoorbeeld voorkomen dat het gezin verhuist. Soms moet een kind naar een andere school, na verloop van tijd kan de overgebleven ouder weer verliefd worden. Bij een scheiding ontstaan vaak samengestelde gezinnen met ingewikkelde instructies.

Kinderen moeten weer vertrouwen krijgen in het leven in het algemeen en in relaties in het bijzonder. Ze moeten hun eigen plek weer vinden.

Verwerking
Bij elke fase zijn passende werkvormen. Hiernaast op de foto kun je een afbeelding van een werkblad ‘Mijn levensschild’ zien. Dit hoort bij taak 3, leven met de veranderingen en met je herinneringen. In deze opdracht richten de kinderen zich op verleden, heden en toekomst. De drie vakken van het schild staan voor deze drie tijdsperiodes. De vraag aan de kinderen is om elk vak te vullen: schilderen, tekenen, beplakken, het maakt niet uit. Na afloop worden de schilden in een kring gelegd en praten de kinderen erover. In het geval van individuele therapie wordt het nabesproken met het kind.

Contact
Mocht je naar aanleiding van dit artikel vragen hebben, ben je op zoek naar tips, of heb je kinderen in de klas/op school waarvan de ouders (recent) zijn gescheiden/die een ouder hebben verloren en ondersteuning hard nodig hebben, dan kun je contact opnemen met Melissa Bakker, melissa.bakker@askoscholen.nl of 020- 614 6262

Melissa:

“Ik ben dankbaar dat ik deze cursus heb mogen doen en hoop leerlingen een stukje te kunnen verlichten in hun verliessituatie en op weg te helpen in hun verwerking. Maar ergens hoop ik natuurlijk dat ik niet al te hard nodig ben!” 

Begeleiden van leerlingen in verliessituaties op school

Wie? - Kinderen van zes tot en met twaalf jaar, die een verliessituatie hebben ervaren. Het maakt niet uit hoe lang dit geleden is.

Wat? - Individuele begeleiding of in een lotgenoten groepje van maximaal zes leerlingen.

Hoe vaak? - In acht gesprekken of bijeenkomsten van 60 á 90 minuten

Waarom? – Om kinderen de gelegenheid te geven om open te communiceren over hun ervaringen en gevoelens, vragen te stellen die ze nodig hebben, hun eenzaamheid te verminderen, herkenning te vinden bij anderen en hun eigen kracht aan te boren om met een verliessituatie om te gaan. 

Lotgenotengroep
Een substantieel aantal leerlingen op school heeft te maken met een verliessituatie. Dat biedt mogelijkheden om vanuit de school een lotgenotengroep te starten. Voordelen hiervan zijn:

  • School is een vertrouwde omgeving, waarbij kinderen wat afstand kunnen nemen van hun emoties.
  • Extra hulpverleningsinstanties hebben soms te veel afstand.
  • Scholen hebben een goede ingang: omgeving is bekend, mensen zijn vertrouwd en leerlingen zijn rechtstreeks aan te spreken.
  • Kinderen hebben veel meer aan elkaar dan aan goedbedoelde adviezen van volwassenen.

Websites
Zie de links hiernaast.

Boeken rondom kinderen en echtscheiding
‘Papa-Mama Lijm’ – Kes Gray, Uitgeverij Holland, 2009
‘Koffer-Koen’, Annie van Gansewinkel, Zwijsen, 2009

Boeken over kinderen en rouw
‘Papa hoor je me?’ – Tamara Bos, Leopold, 2011
‘Waar is omabeer/opabeer?’ - Ono Alting, Pica, 2013

Theorie van dit artikel is gebaseerd op de cursus(map) ‘Gedeeld Verdriet’ van Riet Fiddelaers, Expertise centrum rouw en verlies.

Toelichting bij de afbeelding Troostvogels: Kinderen en jongeren spreken hun eigen hulpbron aan als ze troost nodig hebben. Idee en uitwerking Janet Schmidt.

[1] Jaarlijks worden in Nederland 70.000 thuiswonende kinderen (van 0-21 jaar) met de scheiding van hun ouders geconfronteerd.

Artikel over verlies, echtscheiding en rouwverwerking.

Foto's

Video's